Tips & Tricks

Aan de slag met CV tuning

woensdag 20 maart 2019

Wat heb je nodig om te besparen?

1) Start met meten van je gasverbruik.

Als je een slimme meter hebt, hoef je daar zelf maar erg weinig voor te doen. Je meld je aan bij bijvoorbeeld mindergas.nl of slimmemeterportal.nl. Als je je meter hebt aangemeld bij zo’n site, houdt die voor je bij hoeveel gas je per dag en zelfs per uur gebruikt. Elk kwartier stuurt je slimme meter een signaal met het verbruik via je netbeheerder naar die site toe.

Heb je geen slimme meter, dan moet je aan de slag in excel. Elke dag je meterstanden noteren en de graaddagen. Kort gezegd zijn graaddagen het verschil tussen de binnen- en buitentemperatuur. Buiten warmer dan binnen? Dan stook je vaak niet. Buiten kouder dan binnen? Dan juist wel. En hoe groter het verschil, hoe meer je moet stoken en hoe hoger de graaddagen.

Het heeft geen zin om 12 februari 2017 met 12 februari 2016 te vergelijken. Omdat de temperatuur (en dus de graaddag) kan verschillen. Je moet dus kijken naar het verschil in temperatuur van die dag. Graaddagen kun je hier berekenen: https://www.mindergas.nl/degree_days_calculation/new De stookgrens is wanneer je ketel aan slaat. De etmaalgem. binnentemperatuur is hoe warm het gemiddeld in huis is. Stook je alleen ’s ochtends en ’s avonds en werk je overdag, dan zal die lager zijn dan wanneer je de hele dag thuis bent of het weekend is.

2) Het inregelen van je radiatoren.

(Lees verderop als je (ook) vloerverwarming hebt)

In een groot deel van de huizen in Nederland staan alle radiatoren vol open. Dat betekent dat de radiatoren die het dichtst bij de ketel hangen, de meeste warmte krijgen en moeten afvoeren. Radiatoren die verderop zitten, krijgen minder warmte. Kunnen minder warmte afgeven en daardoor moet er weer langer gestookt worden. Het zijn ook vaak de radiatoren die in de woonkamer zitten die het verste weg zitten van de cv-ketel. Want die ketel hangt vaak boven (op zolder).

Wat je wil bereiken is dat elke radiator genoeg warmte kan afgeven en het water in de retourleiding (richting de ketel) niet helemaal is afgekoeld, maar ook niet nog gloeiend warm is. In dat eerste geval moet de ketel te veel moeite doen om het water opnieuw op te warmen. In het laatste geval kan het retourwater de rookgassen onvoldoende afkoelen en daalt ook weer het rendement van je ketel.

3) Stel eerst je ketel goed in

Dit wordt veel trial en error voor je het helemaal goed krijgt. In de basis wil je liever wat rustiger verwarmen dan wat sneller. Op moderne ketels kun je de stand van de pomp aanpassen. Een standje lager scheelt stroom en het zorgt er voor dat je zuiniger stookt. Het rendement van de ketel wordt namelijk groter.

Kijk wat jouw ketel voor opties heeft. Vaak staat je ketelpomp op standje drie maar kun je ook toe met stand twee en soms zelfs in de laagste stand. Niet alle ketels hebben 2 pompen. Dus het zou ook effect kunnen hebben op je warmwater tap. Dan krijg je in één keer maar een klein straaltje uit de douche. Je weet dan meteen waar het aan ligt. Die pomp moet dan weer hoger gezet worden!

4) De hele tent open en testen maar

Als je het goed aan wil pakken, dan ga je aan de slag met testen op een koude dag. Onder de 10 graden. En zet je alle deuren en ramen open. Zo kan de ketel lekker blijven stoken en de radiatoren goed hun warmte kwijt. Dan kun jij ondertussen alle instellingen goed zetten. Zet de thermostaat op 25 graden en ga aan de slag.

Met radiatoren ligt de aanvoerwarmte vaak tussen de 90 graden en 65 graden. De retourtemperatuur zou bij 90 graden ongeveer 20 graden lager moeten liggen. Bij 65 graden eerder rond de 15 graden. Dat heet de Delta T.

De aanvoertemperatuur kun je instellen op je CV-ketel. Heb je oude radiatoren (20 – 30 jaar oude) dan kunnen ze vaak het best overweg met temperaturen van 85 – 90 graden. Heb je jongere radiatoren, dan kun je beter ergens tussen de 65 en 70 graden instellen. Check dit altijd eerst goed.

Voor de retourtemperatuur moet je zelf even gaan meten. Wil je hier echt (semi)professioneel mee aan de slag? Koop dan een infrarood temperatuursensor of leen/huur hem een keer ergens. De goedkoopste oplossing is even naar de Hema gaan en een elektronische thermometer kopen. Die kun je tegen de retourslang aanhouden (als ie van koper is) en de temperatuur meten. Of net op het laatste puntje voor de retourleiding als je een kunststof leiding hebt.

Is het water te warm bij de retourleiding? Dan zet je de radiatorknop iets meer dicht. Is de „delta” groter dan 20 graden, zet de knop dan juist iets meer open.

Let op: het zijn letterlijk communicerende vaten. Zet je elders de knop wat meer dicht, dan gaat een andere radiator weer meer warmte krijgen. Begin bij de radiator die het dichtste bij de cv-ketel staat.

Heb je aan de knop gedraaid? Wacht dan even 5 minuten met meten. Elke radiator zou dat temperatuurverschil moeten krijgen van ongeveer 15 tot 20 graden.

Als laatste meet je de retourleiding bij de CV ketel zelf. Daar zou dan ongeveer dezelfde temperatuur moeten uitkomen als je eerder bij alle radiatoren hebt gemeten. Als dit is gelukt, dan heb je al een flinke besparing te pakken. Met een beetje geluk al 10%.

In het kleinste kamertje is bovenstaande methodiek dan weer niet zo handig. Want dan stook je je WC zo hoog op, terwijl dat eigenlijk niet nodig is. Voel daar gewoon even of je blij bent met de temperatuur. Helemaal uit kan natuurlijk ook.

Vloerverwarming werkt wat anders

Bij vloerverwarming is de delta ook belangrijk, maar die is veel kleiner. Heb je enkel vloerverwarming in je huis, dan is het onzin om de ketel op een temperatuur boven de 60 graden te laten draaien. De meeste vloeren kunnen tot maximaal 50 graden aan. Wil je aan de veilige kant zitten, stel dan het de temperatuur op de vloerverwarmingspomp in op ongeveer 38 graden. Ik zou je CV ketel niet hoger instellen dan op 50 graden. Bij de vloerverwarmingspomp zit vaak nog een verdeler die er voor zorgt dat het warm water wordt gemengd met koeler water en daarna pas je vloer in gaat.

Hier zul je ook weer even moeten meten wat de uitgaande temperaturen zijn. Op je verdeler heb je vaak allemaal draaiknoppen zitten. Zet die allemaal open en pas daar weer hetzelfde trucje toe als met de radiatoren. Hier heb je wel een bijkomende moeilijkheid. Je moet weten hoe lang elke lus is. Korte lussen kunnen toe met minder flow. Lange lussen hebben de grootste flow nodig. Je wil niet dat er halverwege al niet genoeg temperatuur meer in het water zit om af te geven. De delta zal ook weer een stuk lager moeten zijn. Zit er een verschil van maar 1 of 2 graden in, in de aanvoer en retour? Dan moet je de flow naar beneden zetten. Hij kan z’n warmte niet genoeg kwijt. Een graad of 5 zou wel goed moeten zijn.

En ook hier geldt weer: kijk zelf even hoe je in kamers waar je minder vaak komt omgaat met de flow. In de WC hoeft ie waarschijnlijk niet zo hoog te staan als in de woonkamer.

5) Controleer de cijfers

Heb je bovenstaande stappen doorlopen, dan zou je al minimaal 10% moeten kunnen besparen. Vergelijk dezelfde dagen, een werkdag met een werkdag, met dezelfde graaddagen. Dan zou je duidelijk verschil moeten zien in hoeveel m3 gas je verstookt op een dag. Hulp nodig? Schakel de hulp in van een cv monteur.